Naar de inhoud

DDF

· Verslag talkshow How Design Works, door Niels Guns

How Design Works: integrale innovatie begint bij menselijke waarden

Credits: Almicheal Fraay

Hoe zorg je ervoor dat innovatie niet alleen technisch gezien werkt, maar ook daadwerkelijk iets waardevols toevoegt en landt in een samenleving? Die vraag stond centraal tijdens de tweede editie van de talkshow How Design Works, die Dutch Design Foundation en het Ministerie van Economische Zaken organiseerden op 23 oktober tijdens DDW 2026 in Natlab in Eindhoven. Rond het thema integrale innovatie deelden beleidsmakers, onderzoekers, ondernemers en ontwerpers hun ervaringen.

Credits: Almicheal Fraay
Credits: Almicheal Fraay

Moderator Tiara Spalburg, innovatieontwerper bij netbeheerder Alliander, warmde de zaal op met een doorfluisterspel, waarbij de zin ‘Integrale innovatie is succesvol als de onderzoeker, de ambtenaar en de buurvrouw samen lunchen’ door de rijen werd gefluisterd. Aan het einde van de rij kwam de zin er meestal in verbasterde vorm uit.

Daarna legde Spalburg uit wat ze eigenlijk onder integrale innovatie verstaat: “Een manier van innoveren waarbij we niet vanuit één belang, oplossing of discipline kijken, maar naar het hele systeem daaromheen”. Dat is volgens haar nodig om uiteindelijk te kunnen handelen vanuit menselijke waarden. “Een technologische oplossing kan briljant zijn en toch niet worden gebruikt. We staan vandaag stil bij hoe ontwerpkracht kan helpen om innovatie te versnellen, organisaties vooruit te helpen en maatschappelijke opgaven echt een stap verder te brengen.”

Credits: Almicheal Fraay

Een plek aan tafel

Bart Ahsmann, directeur van innovatieorganisatie CLICKNL, opende als eerste spreker met de stelling ‘Ontwerp is integrale innovatie’. Die noemde hij zelf weliswaar wat ongenuanceerd, maar hij zei dit bewust te hebben gedaan om zo de plek van ontwerp in het innovatie-ecosysteem duidelijk te kunnen maken. Ahsmann verwees naar het Europese Action Plan for Design-Driven Innovation uit 2013, waarin al werd geconcludeerd dat “Design is a less costly alternative to R&D for many SMEs.” Volgens hem is die conclusie nog altijd actueel.

Vandaar dat hij drie oproepen deed aan beleidsmakers en ontwerpers. Allereerst vroeg hij om passende financieringsvormen, omdat de dienstverlenende rol van ontwerpers vaak niet past binnen de bestaande subsidiestructuren. Daarnaast moet ondersteuning op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau wat Ahsmann betreft tegelijkertijd plaatsvinden. En tot slot riep hij op te werken aan meer bewijslast van ontwerptrajecten: “Casuïstiek is er wel, maar dat vertalen naar bewijslast die we breder kunnen gebruiken, blijft een grote uitdaging.” Ontwerpers gaf hij daarom mee om niet te laten zien hoe mooi iets is, maar daadwerkelijk welke verandering ze teweegbrengen of hebben gebracht.

Credits: Almicheal Fraay
Credits: Almicheal Fraay

Van staal naar taal

Lotte de Groen, marktdirecteur bij TNO Vector, liet zien dat ook het maakproces zelf ontworpen kan worden. Ze nam ProRail als voorbeeld, dat spoorstaven ongeveer elke dertig jaar vervangt. Groene spoorstaven maken is technisch mogelijk, maar om de duurzaamheidsdoelstelling te halen is minstens 78 procent schroot nodig. Dat terwijl schroot steeds schaarser wordt. TNO Vector onderzocht daarom welke spelers in de Europese keten nodig zijn en met welke strategie ProRail de leveringszekerheid van schroot kan veiligstellen. Hoewel ProRail dacht te klein te zijn voor afspraken met grote Europese partijen, waren die volgens De Groen juist blij met een partner die snel kan experimenteren.

Haar tweede voorbeeld was GPT-NL, een Nederlands ai-taalmodel waarbij maatschappelijke waarden het ontwerp sturen. Het model wordt alleen getraind op rechtmatig verkregen data, maar is ook open over de gebruikte trainingsdata en laat een deel van de opbrengsten terugvloeien naar auteursrechthebbenden. Daarmee is het een alternatief voor andere large language models voor onder meer advocaten en zorginstellingen die met gevoelige data werken. De Groen sloot af met drie lessen: maak de opgave vroeg breed, organiseer gezamenlijke ontwerpkeuzes en bouw het vermogen op om te blijven leren. Dat laatste leer je volgens haar niet uit een handboek: “We hebben in Nederland al zoveel geleerd over integrale innovatie, over maatschappelijke innovatie en over het laten slagen van innovatie. Het zou doodzonde zijn als we dat vermogen verliezen door het in handboeken te willen vangen. Het blijft belangrijk van mens tot mens met elkaar te blijven leren.”

Credits: Almicheal Fraay

Bouwen wat mensen nodig hebben

“Je kunt heel goed een woning ontwikkelen die voldoet aan alle normen en het bouwbesluit, maar dat betekent nog niet dat je ook een prettige leefomgeving maakt”, zei vervolgens Lonneke Zuidwijk, directeur Vastgoed bij Heijmans. Ze verwees naar de Bijlmermeer, ooit gepresenteerd als de stad van de toekomst, waar 40.000 ‘ideale’, efficiënte woningen werden gebouwd. Die technische specificaties leverden nog geen stad op waarin gemeenschappen goed konden wortelen en gedijen. Aandacht voor welzijn is volgens Zuidwijk dan ook geen vrijblijvendheid: eenzaamheid kost de Nederlandse samenleving zo’n 2 miljard euro per jaar, zei ze. “En zorg en welzijn behoren tot de grootste kostenposten op de rijksbegroting en veel gemeentebegrotingen. 2 willen leven, zich willen voelen en met elkaar willen samenleven.” Of, zoals Zuidwijk op een van haar presentatieslides aanstipte: van kunnen naar kunnen x willen.

Samen met TNO en de Universiteit Utrecht ontwikkelde Heijmans een impactscan die per gebied laat zien welke thema’s relevant zijn. In Hellevoetsluis bleek daaruit bijvoorbeeld dat de mentale gezondheid van jongeren laag scoorde. Daarna zette Heijmans mensen uit het sociale en het fysieke domein van de gemeente bij elkaar aan tafel. “Ze kenden elkaar eerder niet eens. Ook mensen bij elkaar brengen, is wat mij betreft soms innovatie.” Met de veldgids ‘De wijk in het wild’ gaan medewerkers van Heijmans het veld in. Ze proberen daarbij bewust te zijn van hun eigen vooroordelen. Met interventiekaarten worden de inzichten die ze ophalen vertaald naar het ontwerp. Een voorbeeld is de galerij van de Sumatrahof in het Zijdekwartier in Leiden. In plaats van een kille galerij waar eigenlijk geen reden is er veel tijd door te brengen, is die juist zo ingericht dat bewoners er blijven staan voor een praatje.

Credits: Almicheal Fraay
Credits: Almicheal Fraay

Ratio en emotie

Albert Maas, oprichter en CEO van het Eindhovense robotbedrijf Avular, zei in een volgend gesprek dat hij meent dat techniek en design in Europa uit elkaar zijn gegroeid. Techneuten kijken vooral naar specificaties, terwijl mensen volgens hem juist kopen op emotie, ook in de business-to-businessmarkt. “De ratio is alleen maar een tool. Maar alleen emotie is weer fashion en kan heel vluchtig zijn.” Pas als beide aspecten in één ontwerp samenkomen, ontstaan volgens Maas producten waar mensen zich aan willen binden. Hij vergeleek het met daten: specificaties leveren de eerste date op, maar design zorgt ervoor dat er een tweede komt. Maas stond ook stil bij de locatie waar de talkshow werd gehouden. In 1914 opende Philips hier het Natuurkundig Laboratorium. Natuurkundigen, ingenieurs en ontwerpers werkten er onder één dak samen waardoor onder meer de cassette, de cd en het vooronderzoek waaruit later ASML en NXP voortkwamen konden ontstaan. Dat soort vrije, experimentele ruimte is volgens Maas ingeleverd voor kortetermijnwinst. Zijn oproep luidde dan ook: durf te dromen, te falen en te investeren, in talent, technologie en design tegelijk.

In het panelgesprek dat volgde, vertelden Zuidwijk en Maas over de zelfrijdende asfaltwals die Heijmans en Avular samen ontwikkelen. Die innovatie was volgens hen een antwoord op zowel het personeelstekort en het onveilige werk langs snelwegen. Avular vroeg de machinisten eerst of zij zelf eigenlijk wel wilden of deze machine er kwam.

Zuidwijk benadrukte daarop dat ontwerpen niet altijd lineair verloopt: “Je moet eerst vertragen om te kunnen versnellen.” Maas pleitte daarnaast voor meer eigenwijsheid: “Go against the grain.”

Credits: Almicheal Fraay

Wat wil de paddenstoel?

In het tweede blok, How Design Operates, vertelde oprichter Bob Hendrikx van Loop Biotech hoe zijn afstudeerproject bij de faculteit bouwkunde aan de TU Delft uitgroeide tot een bedrijf. Hendrikx legde uit dat hij al langer was geïntrigeerd door het materiaal mycelium. “Eerst dacht ik: ik wil er een huis mee bouwen. Maar gaandeweg ging ik vragen stellen als: wat wil de paddenstoel eigenlijk? Dat was denk ik ook het moment waarop mijn professoren dachten: ‘Die gast is gek geworden.’”

Maar Hendrikx zette door en broedde verder op het vraagstuk. Het antwoord werd de Living Cocoon, een doodskist van hennepvezel en mycelium die in zeven dagen in een mal groeit en na de begrafenis de bodem niet vervuilt maar juist verrijkt. Inmiddels heeft Loop Biotech doodskisten aan bijna 10.000 families in Europa, de Verenigde Staten, Canada en sinds kort ook Australië geleverd. “Dat zorgde ook voor prachtige verhalen. Zo is het materiaal aanvankelijk redelijk zacht, voordat het uithardt. Ik hoorde van mensen die de kist daarom gingen knuffelen, met hun overleden dierbare erin.” De kist kost 1500 euro, zei Hendrikx, terwijl vergelijkbare, maar veel minder duurzame kisten volgens hem tussen de 800 en 3000 euro kosten.

Voor zijn ambitie om op drie continenten een productiefaciliteit te bouwen, is zo’n 40 miljoen euro nodig, vertelde hij. Een doel dat ondanks veel internationale media-aandacht en veel positieve reactie niet makkelijk is. Want Hendrikx leerde gaandeweg dat idealisme alleen niet volstaat: “Maar als je steeds kleine stapjes zet, kom je wel degelijk verder.”

Credits: Almicheal Fraay

Een stoel die je niet kunt kopen

De laatste sprekers tijdens de talkshow waren ontwerper Robert Bronwasser en Patrick Lems, de oprichter van NO-EM. Samen ontwikkelden zij de circulaire bureaustoel Infinity die ze tentoonstelden op DDW en waarmee ze eerder dit jaar de Red Dot Award wonnen. De stoel is niet te koop op de manier dat traditionele bureaustoelen dat wel zijn: gebruikers betalen voor het gebruik en de opbrengst wordt verdeeld over de hele keten. Zo ontvangt Bronwasser bijvoorbeeld royalty’s bij elke doorverkoop en knapt de producent stoelen of onderdelen op in plaats van steeds nieuwe exemplaren te maken. “We hebben dus als het ware ook het hele verdienmodel opnieuw moeten ontwerpen. Daarvoor hebben we goed gesproken met allerlei stakeholders. Als je kijkt naar het terugbrengen van CO2-uitstoot, moet je het maakproces en het recycleproces minimaliseren en het gebruik maximaliseren. Maar daar heb je wel de hele keten voor nodig”, aldus Lems. Bronwasser bracht met zijn efficiënte ontwerp de stoel bovendien terug naar de essentie. Daardoor weegt deze met 13 kilo aanzienlijk minder dan de gemiddelde bureaustoel van 20 tot 25 kilo. “Het was daarnaast best een uitdaging een stoel te ontwerpen die ook esthetisch een heel leven mee kan gaan, maar ook dat is denk ik gelukt.”

Credits: Almicheal Fraay
Credits: Almicheal Fraay

Tot slot deelde Spalburg de waarde die voor haar centraal staat: rechtvaardigheid, voor mensen en voor de natuur. Ze riep de zaal op om regels en processen te ontwerpen rond zulke gedeelde waarden. “Ik hoop dat we niet onze institutionele belangen of kortetermijndoelen centraal blijven stellen, maar dat we blijven werken vanuit wat we echt willen bereiken als mensen. Daaromheen kunnen we vervolgens regels en processen ontwerpen die ons helpen om dicht bij die waarden te blijven.”

Credits: Almicheal Fraay

Meer nieuws