Ontwerp als aanjager van een nieuwe bouwcultuur
De rem op biobased bouwen zat lange tijd niet alleen in onbekendheid of twijfel over de uitvoerbaarheid ervan, het zat ook in het ontbreken van een stabiele keten. Er was weinig duidelijkheid over verwerking, afzet en marktontwikkeling. Ontwerp maakte de materialen en bouwsystemen (letterlijk) tastbaar en vertaalde deze naar toepassingen die bouwers, opdrachtgevers en beleidsmakers in de praktijk konden voorstellen.
Het Biobasecamp van Studio Marco Vermeulen was misschien wel het meest spraakmakende project van DDW19. Het project functioneerde niet alleen als paviljoen op het centrale Ketelhuisplein, maar was ook een van de eerste prototypes van houtbouw op dit formaat. Het gigantische project was volledig prefab, waardoor het bouwproces op locatie snel verliep. Het werd omschreven als een “architectonische uitdrukking van wat bouwen met bomen kan betekenen voor de reductie van CO2 en stikstof”.
Houtbouwers
Niet veel later was Biobasecamp te zien in de VPRO Tegenlicht-uitzending Houtbouwers, waarna Tegenlicht schreef dat houtbouw tijdens DDW het gesprek van de dag was. Volgens Vermeulen voelden veel bezoekers dat er ‘een beweging’ was gestart. Vijf jaar later zei Johan Paul Borreman van houtbouwbedrijf Derix Nederland zelfs dat er binnen zijn bedrijf wordt gesproken over ‘de periode vóór de aflevering Houtbouwers en de periode erna’.
De aandacht bleef niet beperkt tot de ontwerp- en bouwsector. Tijdens het Kamerdebat van 29 oktober 2019 verwees D66-Kamerlid Jessica van Eijs expliciet naar ‘een prachtige uitzending van Tegenlicht over houtbouw’ voordat zij haar motie indiende over de mogelijke voordelen van grootschalige houtbouw voor stikstofreductie, klimaat en woningtekort. Op dezelfde dag diende GroenLinks-Kamerlid Tom van der Lee een motie in over het bevorderen van duurzaam hout in de bouw. De VPRO nam die politieke nasleep later op in het dossier rond Houtbouwers.
Nationale aanpak
Biobased bouwen is inmiddels veel meer dan een esthetisch niche-onderwerp. De bouw moet sneller, schoner en minder afhankelijk worden van fossiele en minerale grondstoffen. Tegelijkertijd zoekt de landbouw naar nieuwe verdienmodellen en manieren om de milieudruk te verlagen. Precies op dat snijvlak ontstond de afgelopen jaren een nieuwe markt. Daarom lanceerde het Rijk in 2023 de Nationale Aanpak Biobased Bouwen, met 200 miljoen euro om de productie en toepassing van biobased bouwmaterialen op te schalen. De ambitie is dat in 2030 dertig procent van de nieuwbouw voor minstens dertig procent uit biobased materialen bestaat. Volgens Building Balance lag dat aandeel in 2025 nog onder de drie procent.
Natuurlijke materialen
Bij biobased bouwen wordt gewerkt met hout en materialen als hennep, vlas, stro en mycelium, aangevuld met reststromen uit de landbouw en houtverwerking. TNO koppelt biobased bouwen daarbij aan off-site productie, prefab en modulariteit, en ziet dat de bouw hierdoor kan versnellen en opschalen. Dat maakt deze bouwmethode interessant voor een sector die kampt met arbeidstekorten, faalkosten en hoge materiaalprijzen. Uit een analyse van 59 Nederlandse houtbouwprojecten blijkt bovendien dat eengezinswoningen in houtskeletbouw of hybride CLT/HSB inmiddels kostentechnisch kunnen concurreren met traditionele bouw.
De eerste golf in biobased bouwen draaide sterk om hout, maar het verhaal werd breder toen ook andere materialen en productieketens nadrukkelijker in beeld kwamen. Een belangrijk moment daarin was The Growing Pavilion van Biobased Creations en Dutch Design Foundation (DDF). Het project bracht hout, hennep, mycelium, lisdodde en katoen samen in één gebouw. Niet als alternatief uit noodzaak, maar als materialen met een eigen esthetiek, eigenschappen en toepassingen.
Lucas De Man, van Biobased Creations, omschreef het paviljoen als een blik op de nabije toekomst. Tegelijkertijd moest het duidelijk maken wat er behalve goede materialen nog meer nodig is, namelijk regelgeving, ontwerp, productie en acceptatie. Daarmee verschoof de aandacht van het materiaal naar de omstandigheden die nodig zijn om een markt te laten ontstaan.
The Exploded View
Na The Growing Pavilion bleef een praktische vraag hangen: kun je met deze materialen ook daadwerkelijk bouwen? The Exploded View gaf daar antwoord op. Eerst als onderzoeksproject met een manshoog schaalmodel, later als huis op ware grootte, opgebouwd uit bijna honderd natuurlijke bouwmaterialen in verschillende ontwikkelingsstadia. Bezoekers konden de materialen niet alleen bekijken, maar ook aanraken, ruiken en ervaren in een gebouwde context. Zoals Lucas De Man het samenvatte: “Je loopt door het huis en kunt alle materialen zien, voelen en ruiken.”
Door materialen niet als datasheet maar als toepassing te presenteren, wordt de afstand tussen ontwerper, bouwer, corporatie en investeerder kleiner. Die beweging is ook zichtbaar op materiaalniveau. Ontwerper Rik Maarsen (RikMakes) ontwikkelde via Driving Dutch Design en later de Embassy of Circular Biobased Building zijn Compostboard: een plaatmateriaal gemaakt uit organische reststromen zoals hennep, stro, vlas, bermgras, miscanthus en paprikaplanten. In een interview omschreef hij het als “een materiaal dat bestaansrecht heeft omdat het fundamenteel gebruikt kan worden op en met deze aardkorst.”
Van land tot pand
Tegelijkertijd groeide de aandacht voor de keten achter die materialen. De Nationale Aanpak Biobased Bouwen zet expliciet in op samenwerking tussen boeren, verwerkers en bouwers. Building Balance vat die ontwikkeling samen als: van land tot pand. Vezelgewassen als hennep, vlas en miscanthus krijgen daarmee niet alleen een plek in de landbouw, maar ook in de bouw.
Boeren voor Biobased Bouwen omschrijft het heel concreet: landbouwgronden kunnen worden ingezet voor vezelgewassen als hennep, vlas en miscanthus, waarmee duurzame bouwproducten worden gemaakt die stikstofuitstoot reduceren en koolstof opslaan.
BAM Wonen sloot zich in 2023 aan bij het programma Van Land Tot Pand. Directievoorzitter Dinant te Brinke zag daarin mogelijkheden om biobased materialen op grotere schaal toe te passen. Volgens BAM gaat het daarbij nadrukkelijk ook om waardecreatie in de keten. “Samen met onze ketenpartners zijn we in staat om tot concrete oplossingen en toepassingen te komen voor verschillende vezelgewassen. Daarmee zorgen we voor opschaling van duurzame producten en creëren we maatschappelijke waarde in de hele keten.”
Opschalen
Dat biobased bouwen de pioniersfase langzaam ontgroeit, blijkt uit de schaal waarop marktpartijen zich inmiddels vastleggen. Building Balance meldde in juni 2025 dat acht grote ontwikkelaars, waaronder BAM, BPD, Dura Vermeer en Heijmans, zich committeren aan biobased bouwen. Samen zijn zij goed voor ongeveer een kwart van de Nederlandse woningbouw. Hun afspraak: in 2028 moet minimaal dertig procent van hun nieuwbouwprojecten tot vijf bouwlagen bestaan uit ten minste dertig procent biobased materialen. Dat komt neer op circa 10.000 woningen in de komende tweeënhalf jaar en daarna jaarlijks 5.000 woningen. Norbert Schotte van Building Balance noemde het “een grote stap naar een circulaire bouweconomie”.
Ook aan de financieringskant verschuift het in dat jaar. Rabobank en BPD maakten in 2025 bekend dat Rabobank in vier jaar tijd 100 miljoen euro beschikbaar stelt voor nieuwbouwwoningen met natuurlijke materialen en waterbesparende systemen. Het geld moet helpen om meerkosten te overbruggen en de vraag naar biobased bouwmaterialen te vergroten. BPD-ceo Harm Janssen zei daarover: “Dankzij deze impuls kunnen we sneller meer woningen bouwen met biobased materialen, zodat deze duurzamere bouwmethoden toegankelijker worden.” En op projectniveau zie je hetzelfde denken terug. Over een BAM Wonen-project met stro-dakelementen zei productontwikkelaar Sophie Kuijpers: “Je helpt dus niet alleen de bouw, maar ook de boer.” Dit laat zien dat de economische impact zit in schaal, vraagzekerheid en een nieuwe verdeling van opbrengsten over de keten.
De toekomst
De groei van de markt hangt niet alleen af van vraag, aanbod en financiering. Ook regels en rekenmethodes spelen een rol. In 2021 werden Kamervragen gesteld over signalen dat de CO2-uitstoot van staal en beton in de MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) beperkt wordt meegewogen. Daarmee kwam ook de vraag op tafel hoe verschillende bouwmaterialen eigenlijk met elkaar worden vergeleken.
Die discussie loopt door in onderzoek en beleid. Studio Marco Vermeulen werkte samen met ministeries, provincies en het College van Rijksadviseurs aan de strategische verkenning Ruimte voor Biobased Bouwen. Daarin verschuift de blik van materialen naar ruimte: hoe verbind je woningbouw, natuur, landbouw en industrie?
Die vraag krijgt inmiddels ook vorm in concrete projecten. Een voorbeeld is The Dutch Mountains in Eindhoven, een houten-hybride ontwerp van 65.000 vierkante meter met 224 woningen, 14.000 vierkante meter kantoorruimte en een hotel met conferentiecentrum. De bouw staat gepland vanaf 2027. Als het project volgens planning wordt gerealiseerd, staat er rond 2030 in Eindhoven het grootste houten gebouw ter wereld.
Biobased bouwen is geen afgerond succesverhaal, maar een ontwikkeling die nog volop in beweging is. Het is interessant om te zien dat ontwerp daarin niet als decoratie of sluitstuk is ingezet, maar als manier om nieuwe materialen, ketens en bouwmethodes in een vroeg stadium zichtbaar en voorstelbaar te maken. DDW was daarbij geen eindpunt, maar vormde ieder jaar opnieuw de plek waar de nieuwste ontwikkelingen zichtbaar werden voor een groot publiek en daardoor een bredere markt bereikten.
Wat daar begon als experiment, groeide door in onderzoek, samenwerking, beleid en markt. Inmiddels is houtbouw niet langer verre toekomstmuziek, maar een groeiend onderdeel van de markt en blijvend verweven in ons straatbeeld.