In het kort:

Ontwerp: Amy Goris en Celine Oomen (Greenberry), Kate Spierings en Asia Maria Andreolli (Ideate) en Anna Kozera
Vraagstukhouder: Vattenfall
Lab Manager: Kathelijn Voets
Ontwerpvraag: Hoe kan energie mensen opnieuw met elkaar verbinden?

De mogelijkheden groeien om energie lokaal op te wekken, op te slaan en te delen. Tegelijkertijd raakt het elektriciteitsnet steeds voller en kan niet iedereen investeren in zonnepanelen, een thuisbatterij of een elektrische auto. De uitdaging is daarom niet alleen om het energiesysteem beter, maar ook eerlijker en toegankelijker te organiseren.

De centrale vraag luidt: What if… energy reconnected us?

Drie ontwerppraktijken

Vattenfall bracht dit vraagstuk in bij DDF om nieuwe perspectieven op een collectief energiesysteem te verkennen. Via een Open Call werden drie ontwerppraktijken geselecteerd. Amy Goris en Celine Oomen van Greenberry richten zich op inclusieve oplossingen die aansluiten bij het dagelijks leven. Anna Kozera onderzoekt hoe ruimtelijke infrastructuur samenwerking kan stimuleren. Kate Spierings en Asia Maria Andreolli van Ideate benaderen vertrouwen en onderlinge relaties als ontwerpopgave.

Van individueel voordeel naar collectieve waarde

De eerste fase van de energietransitie bood vooral kansen aan mensen die vroeg konden investeren. Nu het elektriciteitsnet steeds voller raakt, wordt duidelijk dat individuele oplossingen niet vanzelf tot een eerlijk energiesysteem leiden. Energie lokaal delen biedt kansen, maar roept ook vragen op: wie kan deelnemen, wie profiteert en wie draagt de risico’s?

“De energietransitie gaat niet alleen over energie, maar over hoe we van iets individueels iets gezamenlijks kunnen maken waar iedereen op zijn eigen manier aan mee kan doen,” zegt Amy Goris van Greenberry. Voor haar begint het onderzoek bij mensen voor wie deelname niet vanzelfsprekend is, zoals huurders en bewoners met weinig tijd of financiële ruimte.

Alledrie de ontwerppraktijken willen aandacht voor toegankelijkheid, maar hun benaderingen verschillen. Zo onderzoekt Kozera bijvoorbeeld hoe infrastructuur collectief gedrag mogelijk maakt (of juist uitsluit), terwijl Ideate zich richt op vertrouwen tussen bewoners, bedrijven en andere partijen.

Meer dan een technische opgave

Volgens Vattenfall bestaan veel technische oplossingen al of zijn ze in ontwikkeling. De complexiteit zit vooral in draagvlak, gedrag, regelgeving en de bereidheid om bestaande rollen te herzien. “Designers maken abstracte en complexe vraagstukken tastbaar en voorstelbaar,” zegt Nadienske de Vries van Vattenfall. “Ze helpen om het gesprek te veranderen van óf iets kan naar hoe we het samen kunnen realiseren.”

Vattenfall wil binnen dit Co/Lab tijdelijk afstand nemen van technische beperkingen, bestaande businessmodellen en ingesleten denkpatronen. Dan ontstaat er namelijk ruimte om eerst te onderzoeken welke vormen van samenwerking wenselijk en eerlijk zijn. Hierin schuilt echter wel een spanningsveld: Vattenfall is een grote speler binnen het huidige energiesysteem en onderzoekt tegelijkertijd welke andere rol het bedrijf kan vervullen. “Vattenfall is onderdeel van het probleem én onderdeel van de oplossing. Dat maakt de samenwerking spannend,” zegt Kate Spierings van Ideate. “Welke rol kan een grote energiespeler vervullen die door bewoners als eerlijk en rechtvaardig wordt ervaren?”

“Als we energie-infrastructuur alleen als een technisch of ingenieursvraagstuk benaderen, bestaat het risico dat bestaande ongelijkheden worden versterkt.”
Anna Kozera

Eerst verbinden, dan delen?

Uit eerdere projecten van Ideate blijkt dat bereidheid tot samenwerking niet hetzelfde is als gezamenlijk handelen. Zolang het gesprek abstract blijft, staan mensen vaak open voor energie delen. Zodra investeringen, risico’s en opbrengsten moeten worden verdeeld, komen spanningen naar boven. “Vertrouwen is niet iets wat je kunt communiceren,” stelt Spierings. “Je moet het ontwerpen en opbouwen door elkaar te leren kennen, samen te werken en samen te doen.” Ideate wil daarom met scenario’s en interactieve werkvormen toekomstige keuzes ervaarbaar maken. Zo wordt zichtbaar wat mensen doen wanneer belangen botsen. Asia ziet energie daarbij als een mogelijke vorm van sociale lijm: niet alleen als hulpbron, maar als manier om bij te dragen aan iets dat groter is dan het individuele huishouden.

“Ontwerpers maken abstracte en complexe vraagstukken tastbaar en voorstelbaar. Ze helpen om het gesprek te veranderen van óf iets kan naar hoe we het samen kunnen realiseren.”
Nadienske de Vries, Vattenfall

Infrastructuur stuurt gedrag

Anna Kozera benadert het vraagstuk vanuit ruimtelijk ontwerp en haar onderzoek naar commoning, post-groei en klimaatadaptatie. Zij ziet energie-infrastructuur niet als een neutraal netwerk. De manier waarop die wordt georganiseerd bepaalt mede welke relaties, eigendomsmodellen en samenwerkingen kunnen ontstaan. “Als we energie-infrastructuur alleen als een technisch of ingenieursvraagstuk benaderen, bestaat het risico dat bestaande ongelijkheden worden versterkt,” zegt Kozera.

Binnen het Co/Lab onderzoekt zij wat er gebeurt wanneer collectieve organisatie niet als aanvulling, maar als vertrekpunt wordt genomen. Ze combineert daarvoor casestudies met data, interviews en praktijkonderzoek. Ontwerp ziet ze niet als het zoeken naar één perfecte oplossing, maar als een proces: “Ontwerp is geen solitaire activiteit. Het is een vorm van faciliteren waarin ideeën, stemmen en data bij elkaar worden gebracht.”

“De energietransitie gaat niet alleen over energie, maar over hoe we van iets individueels iets gezamenlijks kunnen maken waar iedereen op zijn eigen manier aan mee kan doen.”
Amy Goris, Greenberry

Maken om te leren

Greenberry brengt een makende en co-creatieve werkwijze in. Amy Goris wil abstracte ideeën vertalen naar concepten die samen met bewoners kunnen worden getest. “Ontwerpkracht zit voor mij in het zichtbaar en tastbaar maken van dingen die nu nog abstract of ongrijpbaar zijn,” zegt Goris. “In de energietransitie gaat het vaak over systemen, regels en technologie, terwijl het uiteindelijk draait om mensen.” Door vroeg te maken en te testen kunnen aannames worden doorbroken. Een concept hoeft niet direct het antwoord te zijn, maar kan ook nieuwe vragen oproepen of zichtbaar maken waarom een voorstel in het dagelijks leven niet werkt.

De samenwerking tussen de ontwerppraktijken is daarmee onderdeel van het experiment. Ze leggen hun methoden, observaties en dilemma’s naast elkaar. Want collectieve energie vraagt niet alleen om een ander systeem, maar ook om andere relaties tussen de mensen en organisaties die daar deel van uitmaken.

Ruimte voor onverwachte richtingen

Dus Vattenfall hoopt at het traject vooral een andere manier van kijken en werken oplevert die bij kunnen dragen in het komen tot een uiteindelijke oplossing. “De verbreding van inzicht, zowel in het vraagstuk als in de aanpak, is minstens zo waardevol als de uiteindelijke oplossingen,” zegt De Vries.

De komende maanden ontwikkelen de ontwerpers scenario’s en concepten voor een collectiever, betaalbaarder en inclusiever energiesysteem op buurtniveau. De resultaten worden tijdens Dutch Design Week (DDW) gepresenteerd. Ze vormen geen blauwdruk, maar een basis voor verdere experimenten en samenwerking. Want als energie mensen opnieuw moet verbinden, begint dat bij de voorwaarden waaronder zij bereid zijn iets met elkaar te delen.

“Vertrouwen is nodig om in actie te komen, maar vertrouwen ontstaat pas dóór samen in actie te komen. Om het op te bouwen, moet je dus vooral samen beginnen/doen/aan de slag met energie delen.”
Kate Spierings, Ideate